Dat maakten ABP en PGGM donderdagochtend bekend. Volgens ABP-voorzitter Dick Sluimers is "de kans groot" dat het bestuur van het ambtenarenfonds eind dit jaar besluit om volledige indexatie te verlenen. Dat wil zeggen dat de pensioenopbouw van werknemers en de uitkeringen van gepensioneerden in de pas lopen met de loonontwikkeling bij de overheid en het onderwijs. Zorgfonds PGGM geeft eveneens aan dat het streeft naar volledige indexatie.

Als ABP en PGGM de pensioenen vanaf eind dit jaar weer één op één laten meegroeien met de loonontwikkeling, zou dat voor het eerst in vier jaar zijn. De financiële buffers van de pensioenfondsen waren de afgelopen jaren onvoldoende sterk om werkenden en gepensioneerden volledige compensatie te bieden voor loonstijgingen.

Werknemers die zijn aangesloten bij ABP en PGGM, in totaal ruim twee miljoen, hoeven voorlopig niet bang te zijn dat ze plotseling extra premie moeten betalen. ABP en PGGM hebben ruim voldoende middelen om aan de toekomstige pensioenuitkeringen te voldoen, zo blijkt uit de resultaten van beide pensioenfondsen over de eerste helft van dit jaar.

Belangrijke maatstaf voor de financiële kracht van pensioenfondsen is de zogenoemde dekkingsgraad. Die geeft aan wat de verhouding is tussen de waarde van de bezittingen van pensioenfondsen en de omvang van toekomstige pensioenuitkeringen. Bij een dekkingsgraad van meer dan honderd procent zijn de bezittingen van pensioenfondsen groter dan hun schulden. Bij ABP bedroeg de dekkingsgraad eind juni 148,8 procent, tegen 133,5 procent eind 2006. PGGM had eind juni een dekkingsgraad van 153 procent, tegen 134 procent aan het slot van vorig jaar.

De beleggingsafdelingen van ABP en PGGM droegen slechts beperkt bij aan de verbetering van de dekkingsgraad. ABP boekte een beleggingsresultaat van 3,1 procent in de eerste zes maanden van dit jaar, vergeleken 9,5 procent in 2006. PGGM kwam in de eerste helft van dit jaar uit op een rendement van 4,9 procent tegen een rendement van 10,2 procent over heel 2006.

De verbetering van de dekkingsgraad is grotendeels terug te voeren op de stijging van de rente. Die heeft een dubbel, maar per saldo gunstig effect.

Eerst de negatieve kant. Voor de waarde van de obligatiebeleggingen van ABP en PGGM pakt de hogere rente slecht uit. Stijgt de marktrente dan worden oude obligaties die een vaste rentevergoeding opleveren, minder aantrekkelijk. Het aandeel van obligaties in de beleggingsportefeuiilles van ABP en PGGM is respectievelijk 41,8 procent en 29,2 procent. De waardedaling van de obligatieportefeuilles drukt het totale beleggingsrendement.

Tegenover de negatieve invloed van de hogere rente op het beleggingsrendement staat een positief effect op de schulden van ABP en PGGM. Die dalen namelijk ook. De waarde van de pensioenverplichtingen - ofwel de som van alle toekomstige uitkeringen - is een schatting die afhankelijk is van de rentestand. Stijgt de rente, dan wordt het makkelijker om met nieuwe beleggingen voldoende winst te maken om aan de pensioenverplichtingen te voldoen. De geschatte waarde van die verplichtingen neemt daardoor af. Het positieve effect van de lagere schuld op de dekkingsgraad is groter dan de negatieve invloed van de obligatieverliezen.

Bij ABP zakten de pensioenverplichtingen in de eerste helft van 2007 met 11, 6 miljard euro tot 144,8 miljard euro. Het vermogen nam met 3,1 procent toe tot 215,4 miljard euro. PGGM zag de pensioenverplichtingen met ruim vier miljard euro afnemen tot 56 miljard euro. De beleggingsportefeuille van PGGM was eind juni 85,7 miljard euro waard, 2,7 procent meer dan drie maanden eerder.

ABP en PGGM compenseerden verliezen op obligaties met positieve resultaten op beleggingen in aandelen en opkoopfondsen.

ABP: halfjaarbericht 2007

PGGM: halfjaarbericht 2007

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl